De vitale beweging:



Voordat ik nu kom tot de beschrijving van het volgende en laatste onderdeel, dè crux van de Haptonomie volgens de stijl van Anne Jan van Minnen, lijkt mij de tijd rijp om eerst een korte samenvatting van het voorafgaande te geven.

Ieder van ons leidt naar vermogen een bestaan als een sociaal menselijk wezen. In ieder van ons is de drang aanwezig om te ontwikkelen, waar naartoe is niet altijd even duidelijk, maar "stilstand is achteruitgang". We doen iedere volgende stap op grond van alle voorgaande. We ontwikkelen ons steeds verder op basis van de zekerheden uit onze persoonlijke geschiedenis. Zich ontwikkelen is een aaneen schakeling van het nemen van risico en het leren aanvoelen, wanneer een grens bereikt is. Een proces van vallen en opstaan... en weer proberen het evenwicht te vinden tussen agressie en vlucht. Iets ondernemen gebeurt vanuit een gevoel van zelfvertrouwen en, als sociaal wezen, ondersteund door de veiligheid van de omgeving. Het slagen van een onderneming hangt er voor een deel vanaf in hoeverre je erop kunt vertrouwen opgevangen te worden binnen de veiligheid van die omgeving. Zelfvertrouwen is een psychologisch fenomeen, dat uitgestraald wordt in houding en gebaar. Iemand vol zelfvertrouwen treedt de wereld open tegemoet. In houding en gebaar toont hij zich toegankelijk voor nieuwe situaties. Dit in tegenstelling tot iemand met een gebrek aan zelfvertrouwen, die zich in houding en gebaar juist afsluit van zijn omgeving. Ieder mens is uniek. Iedereen ontwikkelt zich zover als zijn individuele mogelijkheden, het totaal van aanleg en aanbod, reiken. Aanleg is het fundament, de Vitaliteit, waarop met het aanbod uit de omgeving het bouwwerk, de Vitale Ruimte, gegrondvest is.

Tijdens zijn werk als Haptotherapeut ontdekte Anne Jan van Minnen een fenomeen, dat hij de "Vitale Beweging" is gaan noemen. Hij schrijft hierover:

" In mijn begeleiding van cliënten op basis van haptonomie,
bemerkte ik in de aanraking dat er voortdurend
bewegingen waren waar te nemen.
Bewegingen waarvoor ik aanvankelijk
geen enkele verklaring kon geven."

Het kernbegrip is "beweging". Over wat voor "bewegingen" heeft Van Minnen het? Het voelen van die "bewegingen" is te leren, dus overdraagbaar; zij zijn bij herhaling waarneembaar en door meerdere aanrakers te voelen. Toch is er noch anatomisch noch fysiologisch iets (bekend), dat zo beweegt.
Wat zijn die "bewegingen" dan wel? De eerste aanzet tot een beschrijving daarvan, heb ik al gegeven bij de tastervaringen bij mijn derde groep proefpersonen. Daar heb ik beschreven, dat ik bij een ontspannen proefpersoon overal onder mijn hand de huid van de ander voelde. Dat veranderde niet als ik mijn hand verder liet schuiven. Voor mij "was het net of mijn hand meegevoerd werd". Voor mij voelde het of er iets bewoog, iets stroomde. Mijn proefkonijnen voelden dat absoluut niet, zij voelden mijn hand (prettig) over hun rug bewegen. Niet zij bewogen, maar mijn hand.
Ik ga er derhalve vanuit, dat er "iets" is dat bij de therapeut (aanraker) de suggestie wekt te bewegen. Dan doemt de vraag op: wat is dat "iets"?
Het "iets" treedt op in een situatie, waarin de huid van iemand ontspannen is; waarin iemand zich ontspannen heeft. Wanneer kan iemand zich ontspannen?
Iemand ontspant zich, als hij zich in een voor hem vertrouwde omgeving bevindt. Als zijn agressie-vlucht-balans in evenwicht is. Zolang noch de agressie-motivatie, noch de vlucht-motivatie gevoed worden kan hij zich ontspannen. Dat betekent, dat hij de situatie goed kent. Vele mogelijke veranderingen zijn al eens de revue gepasseerd en hij heeft geleerd hoe hij daar adequaat op zou kunnen reageren. Nu komen veranderingen nooit alleen, maar worden zij gevormd door een hele keten van kleine veranderingen. Dat betekent, dat als zo'n keten zich begint aan te dienen, je uit ervaring kan weten hoe hij gaat aflopen. Daarom kun je anticiperen op dat aflopen. Je reageert nog voordat de eigenlijke prikkel komt, je reageert op een te verwachten prikkel. Dit proces heet ook wel: proactie.

In mijn verhaal over de derde groep proefpersonen, heb ik geschreven, dat er eerst veel gekletst was. Ik had hen verteld wat ik ging doen tijdens het aanraken. En het was leuk. De situatie was zo veilig, dat zij zich konden ontspannen. Ik had hen laten voelen in welke richting ik mijn hand zou gaan bewegen. Daardoor was iedere actie van mijn kant voor hen voorspelbaar en konden zij anticiperen. Als gevolg daarvan voelde ik stap voor stap ontspannen huid. Ik kreeg het gevoel of mijn hand meegevoerd werd op een "beweging". Bewoog ik mijn hand sneller, dan was ineens die "beweging" weg. Ik bewoog mijn hand sneller dan dat mijn proefkonijn kon anticiperen. Ik voelde het "iets" niet meer, maar een strakke gespannen huid. Bewoog ik daarentegen mijn hand te langzaam, dan deed hetzelfde zich voor: een gespannen huid. Ik verklaar dat, door te veronderstellen, dat in eerste instantie het proces van proactie op mijn actie vooruit liep. Het heeft echter geen zin om te anticiperen op iets dat niet komen gaat. De proefpersoon werd attent ("waar blijf je nou?") en het "iets" was verdwenen.
Hetzelfde gebeurde als ik zonder aanleiding of aankondiging mijn hand ineens liet liggen. Het "proefkonijn" raakt in verwarring en je krijgt je hand niet meer in beweging.
Zijn de snelheid van bewegen van de hand en de snelheid van proactie in harmonie, dan is het "iets" waar te nemen. Het "iets" dat bij de therapeut de suqgestie wekt, als zou er iets bewegen, is derhalve het harmonieus verlopen van een proces van actie en proactie: van ontspannen van de huid- en rugmusculatuur. Toch zal ik het verder niet meer hebben over het "iets". Ik handhaaf in de rest van het betoog de term "Beweging", maar ik beschouw het louter als jarqon.

Deze "Beweging" voelde Van Minnen ook bij iedereen op de rug. Het viel hem op, dat de "Beweging" daar een patroon volgde. Het beeld van het basispatroon vormde hij door extrapolatie van de stukken "Beweging", die hij bij zijn cliënten waarnam. [Zij, die een "Beweging" bezitten gelijk het basispatroon, komen blijkbaar niet als cliënt naar een Haptotherapeut.]
Het basispatroon van deze beweging loopt van de onderrug omhoog naar de rechterschouder, over het hoofd heen naar de linkerschouder en vandaar weer terug naar de onderrug (zie figuur).

Hoe kan ik dit duiden?
Het basispatroon van de "Beweging" begint in de onderrug. Waarom juist daar? Eerder heb ik al beschreven, dat de spieren van de onderrug de zware taak hebben om ons lichaam in de rechtopgaande stand te houden. In iedere niet-ruststand zijn zij aan het werk. Zodra iemand op zijn buik op een behandeltafel gaat liggen komen zij in een ruststand. Zij hoeven niet meer te spannen, dus kunnen zij ontspannen. Zo ook de huid. En dat was nodig om de "Beweging" te voelen. Zijn de spieren van de middenrug en die van bovenrug eveneens ontspannen, evenals de huid, dan is ook daar de "Beweging" voelbaar.
Nu bezitten we ook nog een linker en een rechter kant. Aangezien we onze rechterkant het liefst vrij houden om handelend op te treden en aan de linkerkant graag ondersteuning vinden, ligt het voor de hand dat we ook rechts en links anders reageren. We kunnen rechts pas handelend optreden, als we vrij zijn om te bewegen. Spannen we de middenrugspieren om te imponeren, of de bovenrugspieren om ons deemoedig te tonen, dan nemen we een houding aan en een houding is statisch. We kunnen ons dan niet vrij bewegen. De "Beweging" omhoog stokt.
Ondersteuning ondervinden we graag links achter. Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is echter een proces en kost tijd. Voordat je er voldoende op durft te vertrouwen, dat iemand je tot ondersteuning kan zijn, houdt je hem graag in 't oog, dus vóór je. Naarmate het vertrouwen groeit kun je hem steeds verder naar linksachter velen. De "Beweging" is in dat geval te voelen van linksboven naar linksonder.

Samengevat:

Het vermogen om ons vrij te bewegen vinden we terug
de "Beweging" over rechts omhoog; het vermogen om
vertrouwen te schenken vinden we terug in de
"Beweging" over links naar beneden.

Naast de "Beweging" ontdekte Van Minnen nog een fenomeen.
Tijdens het intake gesprek met zijn cliënten vormde hij zich een beeld van hun Vitale Ruimte. Bij het aanraken op de rug vond hij bij cliĆ«nten met een vergelijkbare opbouw van de Vitale Ruimte een evenzeer overeenkomend patroon in de "Beweging". Deze "Beweging" noemde hij de Vitale Beweging. Hij concludeerde dat iemands Vitale Ruimte weerspiegeld wordt in de Vitale Beweging en omgekeerd.
Daarmee komen we nu toe aan de synthese van de Vitale Ruimte en de "Beweging": Wat was de Vitale Ruimte ook al weer?

Na een exploratie keer je terug binnen de veiligheid van de omgeving. In die omgeving stel je zoveel vertrouwen, dat je er kunt ontspannen. Vanuit ontspanning kom je tot rust, daarin groeit de zekerheid. Vanuit deze zekerheid wordt het zelfvertrouwen gevoed. Met zelfvertrouwen treed je een nieuwe situatie tegemoet. Ik heb het vermogen om rust te vinden Vitaliteit genoemd; en het geheel van vertrouwen, zekerheid en zelfvertrouwen: de Vitale Ruimte. Valt dit te koppelen aan het basispatroon van de "Beweging"?.
Het basispatroon van de "Beweging" vond zijn oorsprong in de onderrug (zie figuur); de spieren in rust. Dit komt overeen met de Vitaliteit. De "Beweging" rechts omhoog, geeft het vermogen aan om vrij, ontspannen, te bewegen. Dat komt overeen met het zelfvertrouwen, waarmee je de wereld tegemoet treedt.

Tenslotte de "Beweging" links naar beneden, noemde ik het vermogen om vertrouwen te schenken. Daarin is de parallel al heel duidelijk.

Een geheel rondgaande "Beweging" uit de onderrug rechts omhoog en links weer naar de onderrug terug, noem ik de Vitale Beweging.

Bij de ontwikkeling van de Vitale Ruimte heb ik beschreven wat er kan gebeuren als de omstandigheden niet optimaal zijn:

Voorbeeld 1:

    Nog voordat de indrukken van een exploratie verwerkt zijn, doet zich een nieuwe situatie voor, die je tegemoet moet treden. Dat betekent, dat de reacties op de vorige activiteit verdrongen worden ten gunste van het reageren op een volgende situatie. Als dat maar voldoende vaak optreedt, dan blokkeert dat tenslotte het vermogen om rust te vinden. Hoe is dit terug te vinden in de Vitale Beweging?
    In het voorbeeld wordt wel een appèl gedaan op het zelfvertrouwen (rechts omhoog), maar de verwerking, het ontspannen, treedt niet op. De Vitale Beweging wordt doorbroken op het punt waar de opgaande beweging overgaat in de neergaande beweging. De Vitale Beweging trekt zich terug tot lager op de rug. Boven het rechtsomhooggaande deel van de resterende Vitale Beweging is nog wel een "Beweging" voelbaar, maar die wijkt steeds meer naar buiten af. Stapelen dit soort ervaringen zich op, dan rest er steeds minder Vitale Beweging. Het vermogen om tot rust te komen wordt geblokkeerd en er is alleen rechts nog "Beweging" te voelen. (Ik denk hierbij niet eens alleen aan "ramp-omstandigheden", maar zeker ook aan een sociale druk die uitgaat van: "Ledigheid is des duivels oorkussen")

Voorbeeld 2:

    Anders ligt het, wanneer zich geen nieuwe mogelijkheden voordoen om op pad te gaan. Er zijn geen volgende activiteiten. Er ontstaat verveling. De vertrouwde omgeving blijft in stand, maar de nieuwsgierigheid wordt niet geprikkeld, laat staan bevredigd. Dat werkt demotiverend en tenslotte blokkeert dat het vermogen om uit rust te komen.
    In de Vitale Beweging is ook dat waar te nemen. Deze wordt weliswaar ook doorbroken op het punt waar de opgaande beweging overgaat in de neergaande beweging.
    De Vitale Beweging trekt zich eveneens terug op een lager niveau, maar nu is er boven de resterende Vitale Beweging rechts geen "Beweging" meer voelbaar, doch links. Deze "Beweging" links komt steeds meer van buiten af binnen. Uiteindelijk is het vermogen om uit rust tot activiteit te komen geblokkeerd en is alleen nog links "Beweging" te voelen.
    (Hierbij denk ik niet alleen aan een omgeving, die louter zichzelf als veilig beschouwt en alles erbuiten als onveilig, maar zeker ook aan een sociale druk die uitgaat van: "dat is niet comme- il-faut voor een ...!")

Voorbeeld 3:

    In de vorige voorbeelden ben ik ervan uitgegaan, dat er een veilige ondersteunende omgeving (ooit) aanwezig is geweest. Wat nu als die er niet is? In dat geval moet bij het ontplooien van activiteiten het zelfvertrouwen een dubbelrol gaan vervullen. Het moet ook de mogelijkheid tot ontspannen gaan genereren. Dat kan niet meer op het gevoel, alleen met het verstand. Je kunt alleen op basis van een voltooide cyclus van planning – uitvoering – resultaat beredeneren of je een volgende planning kunt maken.
    Je staat er alleen voor. Uiterlijk lijk je onkwetsbaar. Hoe staat in dit geval de Vitale Beweging ervoor? De rechts omhooggaande "Beweging" is er wel, maar de links omlaag gaande "Beweging" sluit niet aan op de onderrug. Van een Vitale Beweging, zoals gedefinieerd, is nauwelijks sprake, wel van "Beweging". De rechts omhoog gaande "Beweging" genereert ook een deel van de neergaande beweging. En dit is te voelen in de bovenrug, afhankelijk van het feit in hoeverre de persoon toegankelijk is voor aanraken. Tot echt ontspannen kan iemand niet komen, laat staan tot rust. Bij deze personen slaat (over)vermoeidheid op een zeker moment hard toe.

Voorbeeld 4:

    De laatste mogelijkheid is, dat er wel een veilige omgeving aanwezig is, waaruit ondersteuning bij activiteiten te vinden is, maar enige vorm van zelfvertrouwen blijkt afwezig. In dat geval moet het vertrouwen in de omgeving een vorm van zelfvertrouwen, nodig om tot activiteiten te komen, genereren. Zo onafhankelijk als iemand zich in het vorige voorbeeld moet kunnen opstellen, zo afhankelijk is iemand in deze situatie. Een beeld ervan heb geschilderd in het vorige hoofdstuk, waarin een initiatiefnemer een twijfelaar op sleeptouw neemt.
    Daar heb ik alleen de rol van de initiatiefnemer beschreven, maar nu kom ik aan de twijfelaar toe. Voor iedere activiteit, die hij gevraagd wordt te ontplooien, moet hij eerst ondersteuning (toestemming) vragen in zijn omgeving. Dat betekent, dat hij ook blind moet vertrouwen op het oordeel van die omgeving. En dat maakt hem gevaarlijk kwetsbaar. Met het verstand kan zelfs enige moed gevonden worden om iets te ondernemen. Met een beste kans op roekeloos gedrag.
    De Vitale Ruimte, die hij voor zichzelf inneemt, is uiterst gering. Hij wordt snel "op de ziel"-gezeten en dat maakt angstig. Wat vind ik hiervan terug in de Vitale Beweging?
    Aan Vitale Beweging zal weinig terug te vinden zijn. De rechts omhoog gaande beweging is er nauwelijks, de links neergaande beweging is wel aanwezig. Deze genereert ook voor een deel wat zelfvertrouwen, rechts omhooggaand. Ook dit is te voelen in de bovenrug, ofschoon iemand in deze situatie al snel wat betreft eigen denkwerk de pijp aan Maarten zal geven. Wat er precies gebeurd is in het leven van de mensen uit de 4 voorbeelden, is aan een therapeut om te achterhalen tijdens de gesprekken.

    Of er veranderingen kunnen optreden in de
    Vitale Beweging en daarmee in het innemen
    van Vitale Ruimte, ligt aan de inzet van de
    cliënt.
    Hoe het probleem bij de horens wordt gevat,
    ligt bij de deskundigheid van de
    Haptotherapeut.


    Vorige  Volgende


    .